Emetofobie

Emetofobie betekent: bang zijn om over te geven (te braken). Men spreekt ook wel eens van een braakfobie. De laatste jaren stellen wij in het Angstcentrum vast dat er steeds meer mensen aanmelden met deze klacht: bang zijn om over te geven, te braken. Vooral jonge mensen, en meestal vrouwen (meisjes).

Deze angst voor braken beheerst een groot deel van het dagelijks leven. Dit betekent: eten, drinken, werken, vrije tijd, omgang met andere mensen, plekken (winkels, restaurants, cafe's, openbare plaatsen), reizen en bezoeken bij vrienden, hebben invloed op de betrokkene. Vandaar dat ALLES gebeurt (doen en laten) in functie van: geen risico lopen te kunnen overgeven en daarom worden dan ook genoemde situaties vaak vermeden.

Anderen zien overgeven is dan ook een trigger om zeer angstig te worden. Vaak gaat deze angst ook gepaard met paniekaanvallen. Gezien paniekaanvallen dikwijls misselijkheid veroorzaakt, wordt deze misselijkheid óók als dreiging beschouwd. Je bent dan ook dikwijls bang voor paniekaanvallen.

Emetofobie wordt gekenmerkt door twee opvallende verschijnselen: het voortdurend angstig en bezorgd zijn dat men zou kunnen/moeten overgeven (angstige gedachten) én alles doen om te voorkomen dat men zou kunnen overgeven.

De angstige gedachten dat men zou kunnen/moeten overgeven zijn zéér hardnekkig, extreem en hebben een dwangmatig karakter. Bij alles wat men doet, eet, waar men is, met wie men contact heeft, waar men naar toe gaat staan in het teken van ‘angst te moeten overgeven’.

Misselijkheid

Misselijkheid speelt bij emetofobie een belangrijke rol . Misselijkheid staat gelijk aan overgeven. Misselijkheid betekent een hoog risico om te moeten overgeven. Je beschouwt het niet eens als een risico, maar als een FEIT.
Naast de angstige gedachten zal je alles ondernemen om te voorkomen misselijk te worden met het risico te moeten overgeven. Dit vertaalt zich in allerlei rituelen en vermijdingen van situaties/omstandigheden/mensen.

Zoals: Letten op wat men eet en drinkt, letten op vervaldata van voedsel/drank, mensen vermijden die ziek zijn (griep, diarree enz…, hetgeen een vorm van smetvrees kan aannemen –niet te verwarren met OCS), bepaalde mogelijk besmette objecten niet aanraken of het zien overgeven van een ander vermijden. Deze lijst kan met tientallen gedragingen worden aangevuld.

Je eetgedrag wordt wel eens verward met anorexia. Dit is onterecht omdat de achterliggende drijfveren van anorexia geheel anders zijn dan deze bij emetofobie. Het belangrijke verschil is dat iemand met anorexia niet bang is om over te geven, vaak integendeel: namelijk dat overgeven een opluchting geeft. 

Bijkomende kenmerken bij emetofobie

Het is opvallend dat je, naast de angst om over te geven, ook vaak gevoelens hebt zoals: onzekerheid, minderwaardigheid, schaamte- en schuldgevoelens en soms ook  geen goed zelfbeeld van jezelf hebt. Indien dat zo is, zal ook hieraan de nodige aandacht aan worden gegeven.

Hoe ontstaat emetofobie?

Op de eerste plaats wordt er koppeling gemaakt tussen overgeven en angst. Of met andere woorden: overgeven veroorzaakt angst. Deze koppeling gaat dan een eigen leven leiden. Er zijn veel emetofoben die nooit hebben overgegeven, anderen enkel éénmaal of zeer sporadisch. Anderen hebben het gezien bij iemand anders. Het is ook niet uitgesloten dat ouders onjuiste informatie/boodschappen hebben gegeven waardoor er een koppeling ontstaat: overgeven = angst.

Deze voorbeelden zijn enkel aanleidingen, maar niet OORZAKEN. De oorzaak is gelegen in deze koppeling zelf en mogelijke andere (denk) systemen. Dit betekent dat emetofobie ook behandelbaar is, weliswaar niet gemakkelijk, maar wel NODIG.

Kun je er iets aan doen?

JA.  Echter, het is begrijpelijk dat je bang bent dat men tijdens een behandeling  je gaat laten overgeven. Dat wordt exposure genoemd. Minder waar. 'Moeten' overgeven als behandeling is zeker niet nodig.

Omdat de angst om over te geven in hoofdzaak met je 'denken' heeft te maken, zal daaraan moeten worden gewerkt. We noemen dat cognitieve therapie. Deze wordt dan aangevuld met ACT.

De gedragstherapie zal vooral  op het vermijdingsgedrag en eetgedrag worden gericht.

Gezien emetofobie dikwijls gepaard gaat met andere gevoelens, zoals onzekerheid, weinig zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld, worden deze gevoelens tijdens de behandeling ook aangepakt.


Neem contact met ons op

Contactgegevens


Angstcentrum v.z.w.
Neerharenweg 6
3620 Lanaken
België

E-mail:   poli@angstcentrum.be
Tel. :    0032 (0)89 714274

Consultaties zijn volgens afspraak

Telefonische bereikbaarheid:
maandag t/m vrijdag van 11.00u tot 15.00u


Aanmeldformulier

Meer angststoornissen